Motiverende Gespreksvoering

Motiverende Gespreksvoering is een methode om gedragsverandering te begeleiden. Deze methode is onmisbaar wanneer je als trainer, coach, adviseur, hulpverlener of leidinggevende met veranderende mensen werkt.

Motiverende Gespreksvoering geeft je inzicht in de werking van motivatie en weerstand, en geeft je (evidence based!) gereedschap om veranderende mensen te begeleiden. Motiverende Gespreksvoering is een respectvolle methode. Het gaat niet uit van dwang of manipulatie, maar zoekt verbinding met de waarden en drijfveren van de ander.

Wil je meedoen aan een cursus Motiverende Gespreksvoering, kijk dan hier.

Wat is Motiverende Gespreksvoering?

Motiverende Gespreksvoering is een veelgebruikte methode om mensen te helpen bij gedragsverandering. Met name in de gezondheidszorg heeft deze methode haar effectiviteit bewezen.

Sinds een aantal jaren wordt Motiverende Gespreksvoering steeds breder toegepast. De empathische en motiverende houding van Motiverende Gespreksvoering heeft namelijk in alle situaties waarin mensen begeleid worden bij gedragsverandering een positief effect.

Motiverende Gespreksvoering is geen geprotocolleerd keurslijf, maar is een methode die goed gecombineerd kan worden met andere methodes en therapieën. Het is een manier van omgaan met veranderende mensen, in combinatie met praktisch toepasbare communicatietechnieken om die verandering te stimuleren en te ondersteunen.

Verder lezen >>>

Motiverende Gespreksvoering leren

Motiverende Gespreksvoering is op allerlei niveaus te leren. Hieronder beschrijf ik mogelijke incompany leertrajecten. Ik bied ook enkele cursussen via open inschrijving.

Je kunt Motiverende Gespreksvoering op drie niveaus leren.

1. Basale kennismaking met de gesprekstechnieken is nuttig voor iedereen die wel eens met weerstand te maken heeft, maar voor wie gespreksvoering en gedragsverandering niet de kern van het werk is. Bijvoorbeeld een leidinggevende. Een training van één of twee dagen kan daarbij al heel effectief zijn, omdat dit een stimulans vormt om ook na de training te blijven oefenen.

Deze basistrainingen hebben een praktische insteek, waarbij de theorie in beknopte vorm via hand-outs wordt uitgereikt.

2. Beheersing van Motiverende Gespreksvoering is vooral nuttig voor mensen bij wie gespreksvoering en het begeleiden van gedragsverandering een belangrijk onderdeel van het werk is. Bijvoorbeeld hulpverleners, artsen, coaches en trainers. Een leertraject van meerdere dagdelen over een langere periode, met tussentijdse oefeningen, geeft daarbij het meeste resultaat.

Zo’n leertraject bestaat uit een combinatie van trainingen, oefeningen op de werkplek en zelfstudie van artikelen en delen van de literatuur.

3. Grondige beheersing van Motiverende Gespreksvoering is belangrijk als gedragsverandering en gespreksvoering de kern van je werk vormen. Bijvoorbeeld behandelaars, diëtisten, en sommige coaches. Zo’n leertraject wordt verspreid over een langere periode, en de deelnemers worden getraind om, ook na het leertraject, via intervisie hun kennis en vaardigheden op peil te houden.

Dit uitgebreide leertraject bestaat uit een combinatie van trainingen, literatuurstudie, oefeningen op de werkplek en intervisie.

Deze incompany leertrajecten worden altijd op maat gemaakt voor de doelgroep. Voor vrijblijvend advies, of voor een offerte kun je contact opnemen met Arie Speksnijder.

Voor trainers

Voor trainers is er een Training Motiverend Trainen via open inschrijving. Ben je een trainer? Kijk dan eens bij deze cursus.

De boeken over Motiverende Gespreksvoering zijn te bestellen via uitgeverij Ekklesia.

Misverstanden over omgaan met weerstand

Er zijn veel misverstanden over omgaan met weerstand in trainingen. Soms zijn het zelfs diepgewortelde overtuigingen. Op deze pagina vind je er een aantal. Door deze misverstanden te kennen, kun je beter leren omgaan met weerstand in trainingen.

Wil je meer leren over omgaan met weerstand in trainingen? Wil je leren hoe je al jouw deelnemers nog meer kunt motiveren? Meld je dan aan voor de training Motiverend Trainen.

Misverstand 1: Weerstand is een eigenschap van een deelnemer.

“Je hebt deelnemers die willen veranderen, en deelnemers die altijd in de weerstand zitten. Dat zijn lastige mensen om in een training te hebben.”

Wij ervaren de ene deelnemer als ‘lastiger’ dan de ander. Sommige mensen laten hun bezwaren duidelijker merken dan anderen, en sommige mensen hebben misschien ook vaker bezwaren dan anderen.

Als we weerstand een karaktertrek noemen, dan zeggen we daarmee dat het moeilijk beïnvloedbaar is. Uit talloze onderzoeken blijkt echter dat iedereen zich wel eens verzet tegen verandering, en dat de mate van weerstand sterk beïnvloed wordt door de relatie met degene die de veranderende persoon begeleidt. Als trainer heb je dus heel veel invloed op weerstand, en die invloed kan twee kanten op werken. Misschien heb jij de weerstand van jouw deelnemers voor een deel wel aan jezelf te danken! Een ongemakkelijke waarheid, maar het goede nieuws is dat je er dus ook iets aan kunt doen!

Misverstand 2: Ik heb geen tijd om mensen te motiveren.

omgaan met weerstand

“Moet je kijken hoeveel leerstof ik moet overdragen. En daar heb ik maar één dag voor. Als ik dan ook nog rekening moet houden met weerstand, en deelnemers moet motiveren, dan kom ik aan de inhoud niet meer toe.

Deze overtuiging is misschien wel het meest herkenbaar. En ik herken hem bij mijzelf ook. Soms worden trainingsprogramma’s door jou, of door je opdrachtgever, zo vol gepropt, dat je weinig anders kunt doen dan zo snel mogelijk de inhoud over de hoofden van de mensen uitstorten. Aan het eind van de dag heb je dan alles verteld wat je moest vertellen.

En als je dat doet, draag je bij aan het beeld dat trainingen niets opleveren. Zulke trainingen leveren inderdaad weinig op. Gedragsverandering kost tijd. Als trainers moeten we ons dus niet gek laten maken. We moeten aan opdrachtgevers en deelnemers, maar vooral aan onszelf, duidelijk maken dat ‘iets vertellen’ nog iets heel anders is als ‘mensen trainen’.

Aandacht besteden aan weerstand en motivatie kan echter ook heel veel tijd opleveren. Als je weerstand negeert, gaat het ondergronds verder, en belemmert het je hele training. Door eerst te investeren in de motivatie, gaat de rest van de training soms stukken sneller!

Misverstand 3: Weerstand moet je breken.

omgaan met weerstand“Ze proberen je altijd uit. Deelnemers moeten gewoon even weten wie er de baas is. Weerstand? Daar ben ik niet bang voor. Ik praat ze zo onder de tafel. En als ze dan nog steeds denken dat ze kunnen sputteren, dan heb ik een paar mooie oefeningetjes om ze te laten voelen wat ze nog moeten leren. Dan dimmen ze wel.”

Deze overtuiging heeft vaak iets te maken met karakter of opvoeding. Als je van jezelf al competitief bent, zul je weerstand sneller als een aanval zien.

Alsof het een wedstrijd is waarbij iemand ‘wint’ en iemand ‘verliest’. En als trainer wil je dan natuurlijk de winnaar zijn. Op deze manier krijg je misschien een winnaarsgevoel, maar je helpt er je deelnemers niet mee. Uiterlijk lijkt hun weerstand gebroken, maar van binnen haakt de deelnemer waarschijnlijk af. De weerstand is dus niet gebroken, maar alleen maar ondergronds gegaan.

Misverstand 4: Confrontatie is de beste leermeester.

“In trainingen ga ik op zoek naar de pijnpunten van mijn deelnemers. Ik confronteer ze met wat ik zie. Dat is de enige manier om mensen in beweging te krijgen.”

Confrontatie is soms een goede leermeester. Dat klopt. Maar het is niet genoeg. Confrontatie helpt je om de ‘pijn’ te ervaren, de dingen die nog niet in orde zijn. Dat is een aanleiding voor gedragsverandering. Maar confrontatie alleen is niet genoeg. Uit onderzoek blijkt dat mensen na een confrontatie alleen maar veranderen als ze weten wat ze kunnen veranderen, het belang van die verandering inzien, vertrouwen in hun verandervermogen hebben, en als ze voldoende veiligheid en steun ervaren. Trainers die alleen maar confronteren, roepen onnodige weerstand op, met als gevolg dat de bereidheid om te veranderen alleen maar afneemt.

Uit onderzoek onder alcoholverslaafden bleek dat een confronterende behandeling leidde tot verergering van de verslaving. De pijn nam toe, en daarmee ook de behoefte om weg te vluchten en te verdoven.

Misverstand 5: Ik weet wat goed is voor mijn deelnemers.

“Deelnemers met weerstand moet je gewoon nog een keer goed uitleggen dat ze het bij het verkeerde eind hebben. Ik weet al zoveel van dit onderwerp, en ik heb deze training al zo vaak gegeven. Ik weet gewoon dat ze beter naar mij kunnen luisteren. En dat leg ik ze dan ook uit.”

Het zou best kunnen dat je gelijk hebt. Maar ‘gelijk hebben’ is nog iets anders dan ‘gelijk krijgen’. Door deze overtuiging respecteer je de autonomie van de deelnemer niet.  En het gevoel van autonomie is één van de belangrijkste pijlers van motivatie. Als je echt gelijk hebt, dan moet je jouw deelnemers helpen om dit zelf te ontdekken.

Kijk ook eens naar jezelf. Jij verandert toch ook alleen maar als je zélf tot de conclusie bent gekomen dat dit nodig is. En niet, of slechts met tegenzin, omdat een ander zegt dat het goed voor je is?

Misverstand 6: Als ik het verteld heb, heb ik mijn plicht gedaan. Veranderen moeten ze zelf doen.

“Wat een deelnemer ermee doet, moet hij zelf weten. Als trainer breng ik gewoon mijn boodschap, daar word ik voor betaald. Meer kan ik ook niet doen. Sommigen doen er iets mee, sommigen niet. Dat zij dan maar zo, daar ben ik niet verantwoordelijk voor!”

Een trainer die zo denkt, neemt het trainersvak niet serieus. De kern van ons vak is dat je jouw deelnemers begeleidt bij gedragsverandering. Kennis kan men overal opdoen. Jij bent degene die deelnemers helpt om die kennis zich eigen te maken, en toe te passen in hun werk of leven. Natuurlijk heb je daar geen volledige controle over, maar wel veel meer invloed dan je denkt.

Trainers die zo spreken, reageren soms uit onmacht. Soms weten ze niet wat ze nog meer kunnen doen om deelnemers te motiveren. En dat is frustrerend. Uit zelfbescherming maak je door deze overtuiging jouw taak wat kleiner. Op deze manier wordt het risico kleiner dat je faalt.

Misverstand 7: Technieken werken niet, je moet gewoon jezelf zijn.

“Die technieken om op weerstand te reageren zijn zo onnatuurlijk. Ik vind het belangrijk om gewoon mezelf te zijn. Dus ik ga daar niets mee doen.”

Deze overtuiging lijkt heel mooi. We willen toch allemaal graag authentiek zijn? Toch is dit een belemmerende overtuiging om anders te leren reageren op weerstand. Deze overtuiging zorgt er namelijk voor dat je vasthoudt aan wat bekend voor je is. Laten we eerlijk zijn: alle communicatievaardigheden hebben we ooit aangeleerd. Als dreumes zeiden we ook niet tegen onze ouders: “Mijn gebrabbel is veel authentieker.”

Uiteraard voelen nieuwe technieken eerst wat onnatuurlijk aan. Het zijn net nieuwe schoenen. Ze knellen nog een beetje, en moeten nog ingelopen worden. Maar je koopt ze toch, omdat je weet dat je oude schoenen niet meer deugen.

Laat ik voor mijzelf spreken: De communicatietechnieken van Motiverende Gespreksvoering hebben mij juist geholpen om méér mezelf te zijn. Het zijn technieken waarmee ik kan uiten wat ik belangrijk vind. Het zijn technieken waarmee ik bijvoorbeeld respect toon voor de autonomie en de verantwoordelijkheid van de deelnemer. Dat vond ik altijd al belangrijk, maar mijn communicatietechnieken waren daar vroeger nog niet op afgestemd. Als je het zo bekijkt kunnen technieken je dus ook helpen om juist dichter bij jezelf te komen.

Misverstand 8: Je moet alleen gemotiveerde mensen trainen

“Het trainen van ongemotiveerde mensen is zinloos. Weggegooide energie. Bij mij is het: ‘graag of helemaal niet!’ Wie niet gemotiveerd is, is niet welkom, of kan alsnog vertrekken.”

Een trainer die dit zegt, en ook doet, beschermt zichzelf. Zo’n trainer selecteert deelnemers op hun motivatie, en daarmee vergroot je de kans op resultaat. Dat lijkt dus een nuttige overtuiging…

In werkelijkheid zijn maar weinig deelnemers vooraf echt al overtuigd dat ze willen veranderen. Ze zijn ‘ambivalent’. Of ze daadwerkelijk gaan veranderen, laten ze afhangen van wie jij bent, en van wat je vertelt. Je hebt dus in de training veel meer invloed dan je denkt.

Door deze overtuiging beperk je jezelf enorm. Eigenlijk zeg je dan dat je maar een heel kleine groep mensen wilt helpen. En dat zijn de mensen die jou het minst nodig hebben. Heel gemotiveerde mensen veranderen vaak zonder hulp van een trainer ook wel.

Het begeleiden van gedragsverandering is de kern van het trainersvak. En weerstand is nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met gedragsverandering, dus dat kun je als trainer niet negeren!

Misverstand 9: Een trainer moet overal antwoord op hebben.

“Als deelnemers kritische vragen stellen, dan probeer ik ze zo snel mogelijk antwoord te geven. Als trainer moet ik natuurlijk alle kritiek kunnen weerleggen, want ik ben de deskundige.”

Dit is een diepe overtuiging die bij veel trainers leeft, maar zelden hardop wordt uitgesproken. We weten allemaal dat het niet zo is, maar toch voelen we het soms wel zo. Dit gevoel zorgt ervoor dat je zenuwachtig wordt als er kritiek komt. De deelnemer kan achterover leunen en kritische vragen stellen, en als trainer ga je heel hard aan het werk.

Het kan geen kwaad om af en toe hardop tegen jezelf te zeggen dat je niet alles kunt weten. Dat moeten jouw deelnemers gewoon accepteren. (En dat doen ze doorgaans ook.) Soms zijn kritische vragen ook een uiting van weerstand. De deelnemers stelt een inhoudelijke vraag, maar achter die vraag zit kritiek op de methode, of kritiek op jou. In zo’n situatie kun je iets zeggen over de vraag achter de vraag, en niet op de inhoud van de vraag ingaan. Hoe goed je antwoord ook is, als de echte weerstand niet weggenomen wordt, geef je nooit een antwoord dat goed genoeg is.

Misverstand 10: Als je weerstand de ruimte geeft, raak je de controle kwijt.

“Soms merk ik aan het begin van een training dat er wat weerstand is. Ik probeer dat het liefste te negeren. Als je daar ruimte aan geeft, dan gaat de beerput open. En ik weet echt niet wat ik daarmee moet.”

Deze overtuiging zie je bij trainers die vooral verstand hebben van de inhoud van de training. Groepsprocessen en interactie zijn voor hen lastige bijzaken.

Meestal komt dat door onervarenheid of door angst. Deze overtuiging is belemmerend, omdat weerstand die geen ruimte krijgt, blijft bestaan. De hele training blijft er bij de deelnemers dan een blokkade, waardoor ze niets doen met wat jij vertelt. Juist door weerstand ruimte te geven, neem je het weg, en maak je de weg vrij om te leren. Uiteraard is het dan wel belangrijk dat je weet hoe je dit kunt begeleiden, en weer af kunt sluiten, zodat je daarna weer verder kunt met je training.

Welke van deze misverstanden herken jij?

Iedere trainer die eerlijk is, herkent wel eens zo’n overtuiging bij zichzelf. Niet altijd in de vorm van een hardop uitgesproken mening, maar meestal in de vorm van gewoontegedrag.

Het is mogelijk om deze overtuigingen te veranderen. En het is mogelijk om effectief te leren omgaan met weerstand in trainingen, zodat trainen effectiever en leuker wordt. Voor jou, maar ook voor jouw deelnemers!

Wil je graag een training volgen waarin je leert hoe je weerstand kunt voorkomen en jouw deelnemers kunt motiveren? Volg dan de training Motiverend Trainen

Effectief omgaan met weerstand in trainingen.

Weerstand in trainingen is normaal, maar het kan ook lastig zijn. Effectief omgaan met weerstand is te leren. Hier vind je informatie die jou daarbij helpt.

Weerstand in trainingen

Redenen waarom mensen niet willen veranderen

Ik geef hier de belangrijkste redenen waarom mensen niet willen of kunnen veranderen. Tip: gebruik deze redenen eens bij het analyseren van weerstand bij jezelf, of bij weerstand die je in je trainingen meemaakt!

De weerstand waar jij tegenaan loopt, kan allerlei oorzaken hebben. Dit zijn de belangrijkste hoofdcategorieën:

  1. Verzet tegen verandering: De deelnemer is het niet eens met de inhoud en wil hier niets mee doen in de praktijk. De deelnemers leren bijvoorbeeld een methode waarvan ze niet geloven dat deze effectief is in de praktijk. Of de deelnemers zijn bang om te veranderen, omdat ze daarmee een bekende werkwijze moeten loslaten.
  2. Verzet tegen de trainer: De deelnemer is het met de inhoud wel eens, maar verzet zich tegen de manier waarop de trainer werkt. Dat kan met de persoonlijkheid van de trainer te maken hebben, maar ook met de opbouw van de training of de planning van de bijeenkomsten.
  3. Verzet tegen het systeem: Soms lijkt weerstand in eerste instantie op de trainer of op de inhoud gericht, maar blijkt uiteindelijk dat de deelnemer zich verzet tegen de eigen werkgever of tegen het systeem waar de deelnemer van afhankelijk is. Je ziet dit bijvoorbeeld bij trainingen die medewerkers verplicht moeten volgen van hun werkgever of van een uitkeringsinstantie zoals het UWV of de Sociale Dienst.

Het kan helpen om in jouw trainingen allereerst te kijken waar je de weerstand het beste kunt indelen.

Vervolgens kun je met onderstaande oorzaken de weerstand verder analyseren.

  1. Onvoldoende problemen. Als mensen geen problemen ervaren, of deze niet groot genoeg vinden, zullen ze niet graag veranderen. Verandering komt meestal pas op gang als mensen de nadelen van de huidige situatie kunnen benoemen.
  2. Onduidelijk doel. Mensen willen niet veranderen als ze niet duidelijk zien wat het gaat opleveren, en als ze niet weten hoe de nieuwe situatie eruit zal zien.
  3. Onvoldoende aansluiting bij waarden. Mensen willen minder graag veranderen als de verandering niet op de één of andere manier aansluit bij hun persoonlijke waarden en drijfveren of bij het hogere doel dat ze willen bereiken. Zingeving is een belangrijke factor voor intrinsieke motivatie.
  4. Onvoldoende vrijheid. Autonomie is ook een belangrijke factor voor motivatie en weerstand. Verplicht veranderen roept bijna altijd weerstand op, zelfs als deelnemers het met die verandering eens zijn. Ook het gedrag van een trainer kan de autonomie belemmeren, wanneer je bijvoorbeeld heel directief bent in de manier waarop je de training geeft.
  5. Onvoldoende veiligheid. De veranderingen die in trainingen van deelnemers gevraagd worden, komen alleen tot stand als de deelnemer zich voldoende veilig voelt. In onveilige situaties gaan deelnemers ‘op slot’. Hun reptielenbrein blokkeert de hogere breinfuncties. Onvoldoende veiligheid kan te maken hebben met het gedrag van de trainer, van andere deelnemers, maar ook met de organisatie waarin de deelnemer werkt.
  6. Onvoldoende zelfvertrouwen. Mensen willen niet veranderen als ze geen vertrouwen hebben in hun eigen mogelijkheden. Dit gebrek aan zelfvertrouwen kan iets pathologisch zijn, maar kan ook een nuchtere vaststelling zijn dat men bepaalde vaardigheden mist. Deelnemers moeten het gevoel hebben dat ze voldoende competent zijn voor de beoogde verandering.
  7. Belemmerende omstandigheden. Mensen willen minder graag veranderen als de omstandigheden dit lastig maken. Als ze bijvoorbeeld bepaalde hulpmiddelen missen, of als het hen hun baan kan kosten.
  8. Geen vertrouwen in de verandermethode. Mensen willen niet veranderen als ze geen vertrouwen hebben in de methode die jij aanbiedt. Ze zijn dan nog steeds gemotiveerd voor het doel, maar willen het op een andere manier bereiken.
  9. Geen vertrouwen in de begeleider. Soms klikt het gewoon niet tussen jou en je deelnemer. Soms kun je daar niets aan doen. Je lijkt bijvoorbeeld op de schoonmoeder van de deelnemer. Maar soms kun je er wel wat aan doen. Je hebt bijvoorbeeld onvoldoende contact gemaakt met de deelnemer, of je hebt het programma van je training niet goed opgebouwd.
  10. Niet het juiste moment. Soms staan alle lichten voor verandering op groen, maar is het domweg niet het goede moment. Bijvoorbeeld omdat er bij de deelnemer privé van alles speelt dat aandacht vraagt.

In de training Motiverend Trainen leer je ook hoe je effectief kunt reageren op deze belemmeringen. Want jij hebt door jouw communicatie grote invloed op deze belemmeringen zelf, maar ook op de motieven van cursisten vóór verandering, die achter deze belemmeringen schuilen.

Wat is weerstand nu eigenlijk?

Weerstand is een gemotiveerde vorm van verzet

Eenvoudig gezegd is weerstand een vorm van verzet. De cursist verzet zich tegen jou als persoon, tegen de inhoud van de leerstof of tegen de gedragsverandering die van hem of haar gevraagd wordt.

Weerstand is een vorm van motivatie. De cursist draagt redenen aan om niet te veranderen, om jou een slechte docent te vinden of om de inhoud van de training niet te accepteren. We noemen gedrag ‘weerstand’ als de cursist voor iets anders gemotiveerd is dan de trainer.

Weerstand is nuttig

Gelukkig is er weerstand. Je moet er niet aan denken dat cursisten kritiekloos alles accepteren wat hen voorgeschoteld wordt. Weerstand is dus normaal en is onlosmakelijk verbonden met gedragsverandering.

Weerstand geeft jou belangrijke informatie. Een cursist die de moeite neemt om zijn verzet te uiten, geeft jou informatie over zijn belemmeringen voor gedragsverandering. Als je goed luistert, kun je daar je voordeel mee doen.

Tegelijk is weerstand wel een belemmering. Zolang er weerstand is tegen jouw boodschap, zal men die boodschap niet accepteren. En meestal is dat nu juist je doel.

Wanneer weerstand in jouw training zichtbaar wordt, is dat meestal een vraag om begrip. De cursist vraagt jou: Wil je even in mijn schoenen stappen en wil je begrijpen wat ik hiervan vind?

Weerstand tegen de trainer

Veel weerstand heb je als trainer aan jezelf te danken: je negeert signalen van onvrede, je maakt geen contact met de cursisten, je hebt je onvoldoende voorbereid of je sluit niet goed aan bij de werksituatie van de cursisten.

Weerstand zegt iets over de cursist

Wat de reden ook is, weerstand laat ook iets van de cursist zelf zien. Vaak is het de individuele reactie van een cursist op ‘iets’. Nadat de ergste weerstand is weggenomen, is het dan ook interessant om eens te kijken wat deze reactie wellicht over de cursist zegt.

Misverstanden over weerstand

Er zijn heel wat misverstanden over weerstand in omloop. Overtuigingen die ik bij veel trainers tegen kom, en die effectief omgaan met weerstand in de weg staan. Ik heb 10 misverstanden voor je verzameld. Je vindt ze hier.

Jouw reactie op weerstand begrijpen

Wat gebeurt er met jou?

Wat voel jij als je kritiek krijgt? Waar komt dat vandaan? Een lastige vraag die je als trainer niet kunt negeren. Durf je te erkennen hoe moeilijk je dit vindt? Ben je bang om door de mand te vallen en te falen? Lastige vragen, waarvoor reflectie en eventueel een klankbord noodzakelijk zijn.

Een normale reactie

Een heel normale reactie is onzekerheid. Iedere trainer gaat anders met onzekerheid om, met als uitersten:

– Freeze: dichtklappen, blozen en stotteren

– Fight: direct een tegenaanval of verdediging inzetten

– Flight: de weerstand negeren, en over iets anders beginnen

De ‘fight-reactie’ lijkt misschien niet onzeker, maar wie echt zelfverzekerd is, kan kritiek rustig aanhoren zonder in de verdediging te schieten.

Hoe het niet moet

Bij het observeren van trainingen zie ik de volgende reacties op weerstand vaak terug:

Overtuigen. De trainer accepteert het standpunt van de cursist niet, en draagt argumenten aan om het ongelijk van de cursist te bewijzen. Het effect zal meestal zijn dat de cursist nog harder zal proberen zijn gelijk te bewijzen.

Irritatie. De trainer vindt de weerstand zonde van de tijd en krijgt persoonlijke weerzin tegen de weerstandige cursist. Ongeduldig en kritisch probeert de trainer de cursist weer in het gareel te krijgen.

Klem praten. De trainer vat de weerstand op als een competitie en begint een verbaal gevecht waarbij hij de cursist semi-slim in een hoek probeert te drijven. De trainer wint wellicht een slag, maar verliest de oorlog. De relatie lijdt schade.

Woordenspelletje. De trainer reageert cryptisch, vaag of grappig op de weerstand. De groep lacht en cursist zwijgt weer. Beduusd, inwendig boos, monddood gemaakt en niet serieus genomen.

Therapeutisch terugkaatsen. “…En wat zegt dat over jou?””… En hoe wil jij daar mee omgaan?” De trainer leidt met een wedervraag de aandacht af van de inhoud van de weerstand. Plotseling staat de weerstandige cursist in het beklaagdenbankje. De boodschap van de trainer is: Jouw weerstand interesseert mij niet, leer jij er maar mee omgaan!

Hoe werkt weerstand?

Bij iedere keuze die we maken speelt ambivalentie een rol. We twijfelen even en we wegen de voor- en nadelen van de keuze tegen elkaar af. Soms duurt dat maar heel kort, en nemen we een beslissing. Maar bij ingrijpende veranderingen stellen we die keuze graag even uit. We houden de ambivalentie in stand. Tegenover ieder voordeel zetten we een nadeel.

Eigenlijk zou ik voor mijn conditie vaker op de fiets naar m’n werk moeten gaan, maar ik heb ‘s morgens grote moeite om eerder uit bed te komen.”

“Eigenlijk zou ik meer voor mijzelf op moeten komen op mijn werk, maar als ik dat doe, moet ik er bij een reorganisatie misschien als eerste uit.”

Weerstand in trainingen

Weerstand van cursisten is dus niets anders dan een uiting van één kant van de ambivalentie. De weerstand is de optelsom van de argumenten van een cursist. Achter het ‘nee’ van de cursist zitten ook ‘ja’-argumenten! Maar die spreekt de cursist niet uit.

De natuurlijke reactie van ons als trainers is dat we op de ja-kant van de ambivalentie gaan drukken. We gaan overtuigen. Maar de cursist wil de wip in evenwicht houden en gaat nog meer nee-argumenten bedenken. Dat verklaart dus hoe wij door ons gedrag weerstand kunnen verergeren.

Maar nu je weet hoe weerstand werkt, kun je dus anders reageren. En die reactie bestaat uit twee elementen.

  1. Toon begrip voor de ambivalentie. (en dat is iets anders dan zeggen: “Ik begrijp je”)
  2. Ontlok verandertaal. Die verandertaal is namelijk alleen effectief als het door de cursist zelf wordt uitgesproken.

Technieken om weerstand te verminderen

Sommige trainers slaan bovenstaande informatie over, en willen meteen naar de technieken om mensen te veranderen. Dat zal je weinig opleveren. Goed reageren op weerstand lukt alleen als je weerstand werkelijk serieus neemt en eerlijk naar jouw eigen motieven en belemmeringen kijkt.

Hieronder noem ik enkele technieken die je kunnen helpen. Deze technieken leer je in de training Motiverend Trainen.

  • Reflectief luisteren: de emotie opvangen
  • Dubbelzijdige reflectie
  • Reframen van weerstand
  • Versterkte reflectie
  • Perspectief bieden
  • Verandertaal ontlokken

Het mooie van deze technieken is dat ze op een heel effectieve manier uiting geven aan jouw begrip voor de weerstand. Daardoor neemt de weerstand af. Maar deze technieken kunnen je ook helpen om de motivatie van de cursist te vergroten.

Training “Motiverend Trainen”

Wil jij ook ontdekken welke invloed je hebt op motivatie en weerstand van je cursisten? Doe dan mee met de training Motiverend Trainen.

Na jarenlange ervaring in het opleiden van trainers en het bestuderen van een aantal methodieken (waaronder Stephen Covey, Daniël Pink en Motivational Interviewing) heb ik het beste van al die kennis en ervaring samengevat in een training: Motiverend Trainen.

In een cursus van twee dagen krijg je de basics van weerstand en motivatie mee, leer je jouw eigen reactie op weerstand begrijpen en oefen je een aantal fantastische gesprekstechnieken waarmee je weerstand begripvol kunt opvangen en zelfs kunt ombuigen richting samenwerking en motivatie. Je leert ook werkvormen waarmee je de intrinsieke motivatie van jouw deelnemers kunt versterken. Werkvormen waarmee deelnemers verleid worden tot leren.