Effectief omgaan met weerstand in trainingen.

Weerstand in trainingen is normaal, maar het kan ook lastig zijn. Effectief omgaan met weerstand is te leren. Hier vind je informatie die jou daarbij helpt.

Weerstand in trainingen

Redenen waarom mensen niet willen veranderen

Ik geef hier de belangrijkste redenen waarom mensen niet willen of kunnen veranderen. Tip: gebruik deze redenen eens bij het analyseren van weerstand bij jezelf, of bij weerstand die je in je trainingen meemaakt!

De weerstand waar jij tegenaan loopt, kan allerlei oorzaken hebben. Dit zijn de belangrijkste hoofdcategorieën:

  1. Verzet tegen verandering: De deelnemer is het niet eens met de inhoud en wil hier niets mee doen in de praktijk. De deelnemers leren bijvoorbeeld een methode waarvan ze niet geloven dat deze effectief is in de praktijk. Of de deelnemers zijn bang om te veranderen, omdat ze daarmee een bekende werkwijze moeten loslaten.
  2. Verzet tegen de trainer: De deelnemer is het met de inhoud wel eens, maar verzet zich tegen de manier waarop de trainer werkt. Dat kan met de persoonlijkheid van de trainer te maken hebben, maar ook met de opbouw van de training of de planning van de bijeenkomsten.
  3. Verzet tegen het systeem: Soms lijkt weerstand in eerste instantie op de trainer of op de inhoud gericht, maar blijkt uiteindelijk dat de deelnemer zich verzet tegen de eigen werkgever of tegen het systeem waar de deelnemer van afhankelijk is. Je ziet dit bijvoorbeeld bij trainingen die medewerkers verplicht moeten volgen van hun werkgever of van een uitkeringsinstantie zoals het UWV of de Sociale Dienst.

Het kan helpen om in jouw trainingen allereerst te kijken waar je de weerstand het beste kunt indelen.

Vervolgens kun je met onderstaande oorzaken de weerstand verder analyseren.

  1. Onvoldoende problemen. Als mensen geen problemen ervaren, of deze niet groot genoeg vinden, zullen ze niet graag veranderen. Verandering komt meestal pas op gang als mensen de nadelen van de huidige situatie kunnen benoemen.
  2. Onduidelijk doel. Mensen willen niet veranderen als ze niet duidelijk zien wat het gaat opleveren, en als ze niet weten hoe de nieuwe situatie eruit zal zien.
  3. Onvoldoende aansluiting bij waarden. Mensen willen minder graag veranderen als de verandering niet op de één of andere manier aansluit bij hun persoonlijke waarden en drijfveren of bij het hogere doel dat ze willen bereiken. Zingeving is een belangrijke factor voor intrinsieke motivatie.
  4. Onvoldoende vrijheid. Autonomie is ook een belangrijke factor voor motivatie en weerstand. Verplicht veranderen roept bijna altijd weerstand op, zelfs als deelnemers het met die verandering eens zijn. Ook het gedrag van een trainer kan de autonomie belemmeren, wanneer je bijvoorbeeld heel directief bent in de manier waarop je de training geeft.
  5. Onvoldoende veiligheid. De veranderingen die in trainingen van deelnemers gevraagd worden, komen alleen tot stand als de deelnemer zich voldoende veilig voelt. In onveilige situaties gaan deelnemers ‘op slot’. Hun reptielenbrein blokkeert de hogere breinfuncties. Onvoldoende veiligheid kan te maken hebben met het gedrag van de trainer, van andere deelnemers, maar ook met de organisatie waarin de deelnemer werkt.
  6. Onvoldoende zelfvertrouwen. Mensen willen niet veranderen als ze geen vertrouwen hebben in hun eigen mogelijkheden. Dit gebrek aan zelfvertrouwen kan iets pathologisch zijn, maar kan ook een nuchtere vaststelling zijn dat men bepaalde vaardigheden mist. Deelnemers moeten het gevoel hebben dat ze voldoende competent zijn voor de beoogde verandering.
  7. Belemmerende omstandigheden. Mensen willen minder graag veranderen als de omstandigheden dit lastig maken. Als ze bijvoorbeeld bepaalde hulpmiddelen missen, of als het hen hun baan kan kosten.
  8. Geen vertrouwen in de verandermethode. Mensen willen niet veranderen als ze geen vertrouwen hebben in de methode die jij aanbiedt. Ze zijn dan nog steeds gemotiveerd voor het doel, maar willen het op een andere manier bereiken.
  9. Geen vertrouwen in de begeleider. Soms klikt het gewoon niet tussen jou en je deelnemer. Soms kun je daar niets aan doen. Je lijkt bijvoorbeeld op de schoonmoeder van de deelnemer. Maar soms kun je er wel wat aan doen. Je hebt bijvoorbeeld onvoldoende contact gemaakt met de deelnemer, of je hebt het programma van je training niet goed opgebouwd.
  10. Niet het juiste moment. Soms staan alle lichten voor verandering op groen, maar is het domweg niet het goede moment. Bijvoorbeeld omdat er bij de deelnemer privé van alles speelt dat aandacht vraagt.

In de training Motiverend Trainen leer je ook hoe je effectief kunt reageren op deze belemmeringen. Want jij hebt door jouw communicatie grote invloed op deze belemmeringen zelf, maar ook op de motieven van cursisten vóór verandering, die achter deze belemmeringen schuilen.

Wat is weerstand nu eigenlijk?

Weerstand is een gemotiveerde vorm van verzet

Eenvoudig gezegd is weerstand een vorm van verzet. De cursist verzet zich tegen jou als persoon, tegen de inhoud van de leerstof of tegen de gedragsverandering die van hem of haar gevraagd wordt.

Weerstand is een vorm van motivatie. De cursist draagt redenen aan om niet te veranderen, om jou een slechte docent te vinden of om de inhoud van de training niet te accepteren. We noemen gedrag ‘weerstand’ als de cursist voor iets anders gemotiveerd is dan de trainer.

Weerstand is nuttig

Gelukkig is er weerstand. Je moet er niet aan denken dat cursisten kritiekloos alles accepteren wat hen voorgeschoteld wordt. Weerstand is dus normaal en is onlosmakelijk verbonden met gedragsverandering.

Weerstand geeft jou belangrijke informatie. Een cursist die de moeite neemt om zijn verzet te uiten, geeft jou informatie over zijn belemmeringen voor gedragsverandering. Als je goed luistert, kun je daar je voordeel mee doen.

Tegelijk is weerstand wel een belemmering. Zolang er weerstand is tegen jouw boodschap, zal men die boodschap niet accepteren. En meestal is dat nu juist je doel.

Wanneer weerstand in jouw training zichtbaar wordt, is dat meestal een vraag om begrip. De cursist vraagt jou: Wil je even in mijn schoenen stappen en wil je begrijpen wat ik hiervan vind?

Weerstand tegen de trainer

Veel weerstand heb je als trainer aan jezelf te danken: je negeert signalen van onvrede, je maakt geen contact met de cursisten, je hebt je onvoldoende voorbereid of je sluit niet goed aan bij de werksituatie van de cursisten.

Weerstand zegt iets over de cursist

Wat de reden ook is, weerstand laat ook iets van de cursist zelf zien. Vaak is het de individuele reactie van een cursist op ‘iets’. Nadat de ergste weerstand is weggenomen, is het dan ook interessant om eens te kijken wat deze reactie wellicht over de cursist zegt.

Misverstanden over weerstand

Er zijn heel wat misverstanden over weerstand in omloop. Overtuigingen die ik bij veel trainers tegen kom, en die effectief omgaan met weerstand in de weg staan. Ik heb 10 misverstanden voor je verzameld. Je vindt ze hier.

Jouw reactie op weerstand begrijpen

Wat gebeurt er met jou?

Wat voel jij als je kritiek krijgt? Waar komt dat vandaan? Een lastige vraag die je als trainer niet kunt negeren. Durf je te erkennen hoe moeilijk je dit vindt? Ben je bang om door de mand te vallen en te falen? Lastige vragen, waarvoor reflectie en eventueel een klankbord noodzakelijk zijn.

Een normale reactie

Een heel normale reactie is onzekerheid. Iedere trainer gaat anders met onzekerheid om, met als uitersten:

– Freeze: dichtklappen, blozen en stotteren

– Fight: direct een tegenaanval of verdediging inzetten

– Flight: de weerstand negeren, en over iets anders beginnen

De ‘fight-reactie’ lijkt misschien niet onzeker, maar wie echt zelfverzekerd is, kan kritiek rustig aanhoren zonder in de verdediging te schieten.

Hoe het niet moet

Bij het observeren van trainingen zie ik de volgende reacties op weerstand vaak terug:

Overtuigen. De trainer accepteert het standpunt van de cursist niet, en draagt argumenten aan om het ongelijk van de cursist te bewijzen. Het effect zal meestal zijn dat de cursist nog harder zal proberen zijn gelijk te bewijzen.

Irritatie. De trainer vindt de weerstand zonde van de tijd en krijgt persoonlijke weerzin tegen de weerstandige cursist. Ongeduldig en kritisch probeert de trainer de cursist weer in het gareel te krijgen.

Klem praten. De trainer vat de weerstand op als een competitie en begint een verbaal gevecht waarbij hij de cursist semi-slim in een hoek probeert te drijven. De trainer wint wellicht een slag, maar verliest de oorlog. De relatie lijdt schade.

Woordenspelletje. De trainer reageert cryptisch, vaag of grappig op de weerstand. De groep lacht en cursist zwijgt weer. Beduusd, inwendig boos, monddood gemaakt en niet serieus genomen.

Therapeutisch terugkaatsen. “…En wat zegt dat over jou?””… En hoe wil jij daar mee omgaan?” De trainer leidt met een wedervraag de aandacht af van de inhoud van de weerstand. Plotseling staat de weerstandige cursist in het beklaagdenbankje. De boodschap van de trainer is: Jouw weerstand interesseert mij niet, leer jij er maar mee omgaan!

Hoe werkt weerstand?

Bij iedere keuze die we maken speelt ambivalentie een rol. We twijfelen even en we wegen de voor- en nadelen van de keuze tegen elkaar af. Soms duurt dat maar heel kort, en nemen we een beslissing. Maar bij ingrijpende veranderingen stellen we die keuze graag even uit. We houden de ambivalentie in stand. Tegenover ieder voordeel zetten we een nadeel.

Eigenlijk zou ik voor mijn conditie vaker op de fiets naar m’n werk moeten gaan, maar ik heb ‘s morgens grote moeite om eerder uit bed te komen.”

“Eigenlijk zou ik meer voor mijzelf op moeten komen op mijn werk, maar als ik dat doe, moet ik er bij een reorganisatie misschien als eerste uit.”

Weerstand in trainingen

Weerstand van cursisten is dus niets anders dan een uiting van één kant van de ambivalentie. De weerstand is de optelsom van de argumenten van een cursist. Achter het ‘nee’ van de cursist zitten ook ‘ja’-argumenten! Maar die spreekt de cursist niet uit.

De natuurlijke reactie van ons als trainers is dat we op de ja-kant van de ambivalentie gaan drukken. We gaan overtuigen. Maar de cursist wil de wip in evenwicht houden en gaat nog meer nee-argumenten bedenken. Dat verklaart dus hoe wij door ons gedrag weerstand kunnen verergeren.

Maar nu je weet hoe weerstand werkt, kun je dus anders reageren. En die reactie bestaat uit twee elementen.

  1. Toon begrip voor de ambivalentie. (en dat is iets anders dan zeggen: “Ik begrijp je”)
  2. Ontlok verandertaal. Die verandertaal is namelijk alleen effectief als het door de cursist zelf wordt uitgesproken.

Technieken om weerstand te verminderen

Sommige trainers slaan bovenstaande informatie over, en willen meteen naar de technieken om mensen te veranderen. Dat zal je weinig opleveren. Goed reageren op weerstand lukt alleen als je weerstand werkelijk serieus neemt en eerlijk naar jouw eigen motieven en belemmeringen kijkt.

Hieronder noem ik enkele technieken die je kunnen helpen. Deze technieken leer je in de training Motiverend Trainen.

  • Reflectief luisteren: de emotie opvangen
  • Dubbelzijdige reflectie
  • Reframen van weerstand
  • Versterkte reflectie
  • Perspectief bieden
  • Verandertaal ontlokken

Het mooie van deze technieken is dat ze op een heel effectieve manier uiting geven aan jouw begrip voor de weerstand. Daardoor neemt de weerstand af. Maar deze technieken kunnen je ook helpen om de motivatie van de cursist te vergroten.

Training “Motiverend Trainen”

Wil jij ook ontdekken welke invloed je hebt op motivatie en weerstand van je cursisten? Doe dan mee met de training Motiverend Trainen.

Na jarenlange ervaring in het opleiden van trainers en het bestuderen van een aantal methodieken (waaronder Stephen Covey, Daniël Pink en Motivational Interviewing) heb ik het beste van al die kennis en ervaring samengevat in een training: Motiverend Trainen.

In een cursus van twee dagen krijg je de basics van weerstand en motivatie mee, leer je jouw eigen reactie op weerstand begrijpen en oefen je een aantal fantastische gesprekstechnieken waarmee je weerstand begripvol kunt opvangen en zelfs kunt ombuigen richting samenwerking en motivatie. Je leert ook werkvormen waarmee je de intrinsieke motivatie van jouw deelnemers kunt versterken. Werkvormen waarmee deelnemers verleid worden tot leren.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *