Interactiepatronen in Trainingen

Dat interactief trainen belangrijk is, weet iedereen. Maar wist je ook dat het interactiepatroon heel veel effect heeft op het leerresultaat?

Hoe ziet jouw interactie met cursisten eruit? Met dit model kun je de interactiepatronen in een training typeren. Ieder patroon heeft zowel voor- als nadelen.

De vier interactiepatronen

1. Geen interactie.

  • Patroon: T – T – T
  • Alleen de trainer is aan het woord.

2. Trainergecentreerde interactie.

  • Patroon : T – C – T – C – T – C
  • Alle communicatie verloopt via de trainer.
  • De trainer stelt vragen, cursisten antwoorden en ondertussen vertelt de trainer zijn verhaal.

3. Cursistgestuurde interactie.

  • Patroon: T – C – C – C – C – C – C – C – C – C
  • De cursisten reageren op elkaar, zonder tussenkomst van de trainer.
  • De trainer geeft een discussieopdracht en trekt zich daarna terug.

4. Begeleide interactie.

  • Patroon : T – C – C – C – T – C – C – C – C – T
  • De cursisten reageren op elkaar, de trainer stuurt het proces.
  • De trainer stelt een vraag, cursisten reageren op deze vraag en op elkaars antwoorden. De trainer geeft samenvattingen en/of stelt vervolgvragen.

De waarde van interactie

1. Geen interactie

Dit interactiepatroon hoort met name bij een lezing voor een groter publiek. In trainingsgroepen zal dit patroon waarschijnlijk weinig voorkomen. Toch kunnen er situaties zijn waarin je kiest voor een minimum aan interactie. Bijvoorbeeld wanneer je heel veel deskundigheid hebt t.o.v. de cursisten en hen uitleg of instructie geeft. Een voorwaarde is dat op zo’n moment de motivatie van de cursisten om van de trainer te leren groot is. Verder zal dit patroon vaker voorkomen bij een beginnende groep waarin men elkaar nog niet kent.

Risico: Een trainer die dit patroon altijd gebruikt is feitelijk geen trainer. Helaas kom ik het toch wel eens tegen. Het minste wat er kan gebeuren is dat de cursisten weinig leren, waarschijnlijker is dat ze daarnaast zich ook gaan vervelen en weerstand ontwikkelen tegen de trainer.

2. Trainergecentreerde interactie

Deze vorm van interactie gebruik je bijvoorbeeld in een beginnende groep. Zo’n groep verwacht meestal een sturende rol van de trainer. Dit patroon zie je ook veel in een kortdurende training waarin het groepsproces niet zo belangrijk is. Het geeft je de gelegenheid controle te houden over de inhoud en tegelijkertijd de cursisten te betrekken. Verder is het een manier om de inhoud wat sneller te behandelen, dan wanneer je de cursisten er samen over laat praten.

Risico: Een trainer die deze vorm van interactie altijd gebruikt, kweekt volgzame, afwachtende cursisten. Ze raken zo gewend aan de sturing van de trainer, dat ze zich minder verantwoordelijk gaan voelen.

3. Cursistgestuurde interactie

Dit interactiepatroon zie je vooral bij gevorderde, op samenwerking gerichte groepen. (Je ziet dit patroon ook bij groepen waar de trainer de groep niet meer ‘in de hand’ heeft, maar dat laat ik buiten beschouwing.) De trainer moet van de groep kunnen verwachten dat ze zelfstandig met een opdracht aan de slag kunnen gaan en tot een gezamenlijke conclusie kunnen komen. Verder stimuleer je als trainer dit patroon bij groepen waar het groepsproces zelf het onderwerp van de training is.

Risico: Een trainer die deze vorm van interactie vaak gebruikt, kan in tijdgebrek komen. Verder kan zo’n training als langdradig ervaren worden. Het risico op afdwalen is groot, wanneer er geen duidelijk doel aan de interactie is verbonden.

4. Begeleide interactie

Dit zie je vooral bij het voeren van leergesprekken. De trainer wil de cursisten maximaal betrekken en gebruikt hun voorkennis en ervaringen om samen te leren. Over het algemeen zie je dat de trainer de interactie vooral stuurt door vragen als: ‘Wil je daar eens op reageren?’ of ‘Hoe kunnen we dit samenvatten?’ De trainer geeft bij deze vorm van interactie weinig inhoudelijke inbreng, maar bewaakt wel het doel van de interactie.

Risico: Een trainer die dit te vaak doet, kan de indruk wekken alleen het proces te begeleiden, en slechts weinig inhoudelijke informatie te bieden. De meeste cursisten verwachten een inhoudelijke toegevoegde waarde van de trainer. Verder zie ik veel trainers die dit patroon hanteren toch uitkomen op één van de andere patronen. Bijvoorbeeld op patroon 3 wanneer ze de controle kwijt raken, op patroon 2 wanneer ze haast krijgen of op patroon 1 wanneer de discussie op hun favoriete thema komt.

Volg deze link, en je vindt een model voor het voeren van leergesprekken volgens patroon 4.

Overkomt interactie jou, of kun je het bewust sturen in de vorm die jij wilt?

Wil je interactie leren begeleiden?

Interactie begeleiden is topsport. Zelfs ervaren trainers en docenten vinden het nog best lastig om dit goed te doen.

Dat is ook heel logisch. Wat je zou kunnen helpen is dat je eens de tijd neemt om dit te oefenen. Dat kan door een collega eens naar jouw interactie te laten kijken, of door eens een workshop te volgen waarin je interactiepatronen leert herkennen en toepassen.

Zoek je een trainer die dit voor jou kan doen? Ik help je graag. Zowel voor individuele trainers, als voor docententeams bied ik begeleiding en workshops om dit te leren. Neem gerust contact met mij op als je hier meer over wilt weten.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *